Herken de energieslurpers op je werk

De wekker gaat. Het is nog donker buiten. Je bed is behaaglijk warm. Je draait je nog eens om. Geen zin om op te staan. Maar het werk roept en na een kwartier stap je toch maar uit je bed. Je springt onder de douche, neemt een kop koffie, gooit een appel in je tas en vertrekt naar kantoor. Zo af en toe merk je dat je even geen zin hebt in je werk. Je wijt het aan dat ene vervelende klusje dat op je bureau ligt te wachten of het moeilijke gesprek met je collega dat op de agenda staat. De volgende dag dient zich hetzelfde ritueel aan. Misschien is het dit keer het gesnurk van je partner of de tijd van het jaar. Herfstbuien, een koude winter- of snikhete zomerdag zorgen ervoor dat je niet vooruit te branden bent. Je kunt precies aanwijzen waar het aan ligt. Je hoopt dat het snel weer voorbij gaat en jij je weer lekker fit voelt. In ieder geval is het niets structureels en heeft het niets met je werk te maken, toch?

 

Voel de energie, of niet

Sommige mensen kunnen het heel goed. Aanvoelen of ze ergens energie van krijgen of niet. Ze hebben een innerlijke radar die aangeeft dat de grens bereikt is en het tijd is voor verandering. Ze onderzoeken hun gevoel, zetten de mogelijkheden op een rij. Ze komen in actie, maken dingen bespreekbaar of gaan op zoek naar een andere werkomgeving. Maar de meeste van ons komen niet op tijd in actie. Dat komt omdat veranderingen in je carrière met risico’s gepaard gaan en dus een onveilig gevoel kunnen oproepen. Daar komt bij dat je niet van de ene op de andere dag het plezier in je werk verliest. De energiesluipers sluipen er langzaam in.  Naast de energieslurpers zijn er ook nog energiegevers. Je bent blij met je salaris, je hebt leuke collega’s, etc. Het is dus niet dat we onze batterij niet opladen, we laden de batterij onvoldoende op. De energie lekt heel langzaam weg.

Je komt er vaak pas achter als je merkt dat er een kritisch stemmetje in je zegt dat het beter kan. Je baan zou perfect zijn als je die functie had, of een andere leidinggevende, als je je kon omscholen of in een leuker team zou werken. Maar ja, je wilt ook realistisch zijn en dus negeer je de signalen en wuift ze weg met argumenten zoals: in elk bedrijf is wel iets, mijn baas is een eikel maar gelukkig heb ik niet zoveel met hem te maken, binnenkort gaan we op vakantie dan kan ik even tot rust komen, enzovoorts.

 

Luister naar je hart

Dergelijke kritische gedachten helpen je alleen geen steek verder. Ze werpen alleen maar belemmeringen op waardoor je niets onderneemt met het gevaar dat je nog meer in de put raakt van je werk. Je glijdt verder weg in het vastgeroeste patroon, zonder stil te staan bij wat je echt gelukkig maakt in je werk. Wil je erachter komen of je nog voldoende energie krijgt van je werk, luister dan eens goed naar wat je hart je vertelt. Neem eens een moment om bij jezelf naar binnen te gaan en je gevoel te onderzoeken. Je kunt jezelf de volgende vragen stellen om erachter te komen of je iets in je carrière moet veranderen:

  • Voelt mijn werk als ‘moeten’ en heb ik veel verplichtingen? Is er ruimte voor plezier en creativiteit? Hoe ga ik hiermee om?
  • Heb ik de afgelopen periode iets geleerd en wat was dat dan? Hoe heb ik mij ontwikkeld en heb ik dat als waardevol ervaren?
  • Hoe voel ik me bij de gedachte dat ik over drie jaar nog steeds hetzelfde doe als nu? Wat heb ik dan gedaan en geleerd?
  • Mag ik me bemoeien met de dingen waar ik me ook echt graag mee wil bemoeien?
  • Waar word ik om gewaardeerd op het werk? Zijn dit ook de aspecten waarvoor ik graag waardering krijg?
  • Van al mijn taken en activiteiten in een gemiddelde werkweek – hoeveel daarvan krijgen een dikke voldoende?

De antwoorden op deze vragen geven je inzicht of het tijd is voor verandering of niet. Inzicht in je energiesluipers is de eerste stap om je energie niet meer weg te laten vloeien. Het opent de deur om verder te onderzoeken wat je kunt doen om je huidige baan leuker of beter te maken. Of wellicht iets anders te gaan doen.